Het in mei 2004 aangekondigde The Legend of Zelda: Twilight Princess, toentertijd nog naamloos en uitsluitend voor de Nintendo GameCube, is zonder twijfel een van de meest geanticipeerde titels ooit. De tijdloze, doch kinderlijke graphics van The Legend of Zelda: the Wind Waker waren vervangen door realisme en deze toonden aan dat de door velen onderschatte console wel degelijk kracht bezat. Schoon Nintendo vasthield aan de bewering dat de titel enkel voor de paarse kubus in ontwikkeling was, voelde de wachtende fans de bui al hangen toen de game voor de zoveelste keer was uitgesteld; een overzetting naar de ‘Revolution’, de toenmalige naam voor hetgeen de meesten onder ons inmiddels bezitten, was onvermijdelijk. Enige tijd later gaf het gerespecteerde bedrijf eindelijk toe en trok er nog een extra jaar voor uit om deze legendarische titel te perfectioneren. ‘Perfectioneren’, my ass.

Vooreerst gaf de grote man achter deze titel, niemand minder dan Eiji Aonuma, aan dat de vertelling duisterder dan in voorafgaande titels zal zijn en zodoende meer gericht is op volwassenen. Het blijft inderdaad vanaf begin tot einde huiveringwekkend spannend, maar toch deugt er iets niet. Volgens de inmiddels bekende legende beschikken held Link, prinses Zelda en de kwaadaardige Ganondorf ieder over een deel van de gewilde Triforce, waardoor deze drie veelal het middelpunt vormen van elke titel uit de vermaarde reeks. In dit dertiende deel verschuift dit perspectief gedeeltelijk met als gevolg dat de prinses in nood vervangen wordt door ene Midna en de slechterik door Zant, beide nieuwkomers in de franchise. Zelda en Ganondorf worden als het ware opzij gezet en ontvangen van Aonuma-san een decoratieve functie.

Daarnaast wordt dit omineuze verhaal geblokkeerd door de moeilijkheidsgraad die, zoals we al zagen in de vorige titel, ver onder de maat presteert ten opzichte van de delen uit de twintigste eeuw. Het tekort aan ingewikkelde puzzels, die kamers waarvoor mensen spontaan met hun handen in het haar vlogen en wanhopig naar de dichtsbijzijnde walkthrough surfden, staat als een paal boven water, vergezeld door het feit dat Link in elke dungeon niet meer dan één enkele sleutel met zich mee zal dragen. Hierdoor is het bijbehorende slot vrij snel gevonden. De eindbazen die aan het einde van een kerker staan de popelen om de groengemutste held aan flarden te scheuren zijn toch wel het dieptepunt. In bijvoorbeeld The Legend of Zelda: A Link to the Past waren de spelers gegarandeerd kandidaat voor het gevreesde Game Over-scherm als hun energie meter niet tot de nok toe gevuld zat. In Twilight Princess lijkt de kerkerbaas wel angst te hebben van de speler in plaats van andersom.

Ook valt er het een en ander aan te merken op de besturing. Na een jaar uitstel en het voortdurend blijven ontkennen dat de game verder ontwikkeld zou worden voor de Nintendo Wii zijn de controls niet perfect. Niet slecht, ook niet volmaakt. Want zeg nou eens eerlijk; immiteer je liever de zwaaiende beweging waarmee je een knots aan een ketting rondzwaait, zoals het zwieren met koeien in Rayman Raving Rabbids, of prefereer je een simpele druk op de B-toets? Bovendien hadden ze ditzelfde voorwerp niet hoeven te beperken tot die ene kerker.

Afgezien van de ontbrekende orkestrale muziek schuilt er nog een addertje onder het gras. Het lijkt namelijk alsof Koji Kondo-san, zonder twijfel een van de beste componisten in de industrie, halverwege het project zijn inspirate verloren had en de taak heeft doorgegeven aan zijn twee hulpjes. Waar de muziek uit voorgaande delen bekend stond om haar originaliteit, pakt de (achtergrond)muziek in deze titel te vaak terug op de hoofdmelodie van het robuuste Hyrule Field of sentimentele Midna’s Theme – het zal de oplettende luisteraar zonder twijfel opgevallen zijn. Ook de ronduit irriterende muziek die uit de luidsprekers komt wanneer een vijand nadert gaat na enkele uurtjes speeltijd de keel uit hangen. En hoewel het gros van de nostalgische deuntjes vrij goed gecoverd zijn, bezorgde de muziek in de laatste kerker me een grote teleurstelling – met name omdat het originele nummer zo geweldig goed is.

Tenslotte heeft het gerespecteerde Japanse bedrijf er weer voor gekozen om een dergelijke titel, in dit geval Twilight Princess, niet te voorzien van voice-acting, hetgeen eigenlijk geen probleem mag opleveren. Wél gaat het irriteren als het ene personage wel hardop spreekt, Midna’s onverstaanbare gebrabbel dus, en alle overige karakters in het spel niet, wat uiteindelijk voor een leegte zorgt. Misschien was het een voorproefje op wat komen gaat?

Al met al blijft het in mijn ogen de beste titel van het afgelopen jaar en mijn voorlopige favoriet uit deze eeuwenoude reeks. De vele sidequests zijn interessanter dan ooit tevoren, elk personage heeft een uniek karakter en ontwerp, het vissen is verslavender en uitgebreider dan in voorgaande delen, en Hyrule is zo immens groot dat je zonder Epona je favoriete soapserie wel gedag kan zeggen. Ofschoon The Legend of Zelda: Twilight Princess de potentie had beter te worden dan de legendarische Ocarina of Time, slaat deze de plank maar nèt mis. Alle hoop zal dus worden gevestigd op The Legend of Zelda: Phantom Hourglass, die op het moment van schrijven voor 15 oktober komend jaar gepland staat, en desnoods de nog nieuwere Zelda voor de Nintendo Wii. Ik ga nu maar eens mijn toetsenbord omruilen voor een Wii Remote, omdat er blauwe, maar vooral lelijke gedrochten met overmaatse knuppels staan te lonken in de verte.