Menig Nintendo-fan zal antwoorden met “Ocarina of Time” als hem of haar gevraagd wordt naar diens favoriete videogame aller tijden. Al dat is niet geheel verrassend: de titel sloeg tijdens haar release tien jaar geleden in als bom en heeft sindsdien nagenoeg elke lijst van ‘Best Game Ever’ gedomineerd.

Nintendo Power verwoordde het met “Ocarina of Time heeft de test der tijd doorstaan,” een prachtige conclusie waarbij we ons neer moeten leggen. Zelfs nu, in de generatie waarin games nóg mooier en nóg gewelddadiger moeten, weet de game met haar charmes nog veel spelers te verleiden. Verderop, ver voorbij de top tien, treffen we het vervolg op Ocarina of Time aan; Majora’s Mask, dat in 2000 op de markt verscheen, moet niet alleen zijn directe voorganger voorbij laten gaan, maar ook dikwijls de 16-bit A Link To The Past en een jongere cell-shaded telg in de reeks, The Wind Waker. Enerzijds begrijpelijk, omdat het nu niet de minste titels binnen de industrie betreffen. Anderzijds oneerlijk, omdat Majora’s Mask nu afgebeeld wordt als een veel mindere titel dan de drie overige Zelda-titels. En is dat terecht? Nee. Dat is het niet.

Als een videogame gespeeld wordt, roept het bepaalde emoties op. Bij Mario-games ligt de nadruk meer op vermaak dan uitdaging, bij Final Fantasy-games op de spanning en keuzes tijdens gevechten. Ocarina of Time had zowel vermaak als spanning, afgewisseld met momenten die zulke impact maakten op de ziel van de gamer dat bepaalde scenario’s werden vereeuwigd. De eerste stappen op het immense Hyrule Field, de zenuwslopende infiltratie in Hyrule Castle of die ene missende sleutel in de Water Temple – zonder twijfel zal één van deze momenten meer dan herkenbaar voorkomen. Hoe zit het dan met de emotionele facetten tijdens Majora’s Mask? Er is overduidelijk één gevoel dat de boventoon voert, namelijk stress. Hoe ironisch het mag klinken, tijdens het spelen voel je constant druk op je schouders, alsof er iemand voortdurend in je nek hijgt. In zekere zin is dat ook zo, waardoor je simpelweg geen tijd hebt om eens rustig de hengel in het water te gooien omdat er onderin beeld een sierlijke klok door loopt te tikken. En bij aanvang van dit avontuur is goed duidelijk gemaakt dat het een slechte zaak is als de teller het einde van de derde dag bereikt.

Waarschijnlijk zijn de eerste paar stappen in de maan nog wel bijgebleven. Dit komt deels doordat de teller onderin beeld verdwenen is en deels doordat de grauwe omgeving van Termina plaats maakt voor een natuurlijke utopie van rust en vredigheid. Tussen de zonnestralen en vlinders door zie je vier kinderen rondom een boom spelen, een vijfde zit eenzaam en genegeerd tegen de reusachtige boom. Uiteindelijk belandt je in de psychedelische kamer van Mujura voor het ultieme eindgevecht, wat in fel contrast staat met de utopische omgeving van de spelende kinderen, maar dat terzijde – ik dwarrel weer af. Bij Ocarina of Time draait het om de gebeurtenissen die impact maken tijdens het spelen, terwijl Majora’s Mask de speler zo actief bezig houdt dat deze pas na afloop tijd heeft om na te denken over gebeurtenissen. Daarnaast is Ocarina of Time geheel duidelijk na het voltooien van een eerste run, terwijl er omtrent Majora’s Mask makkelijk wat vragen kunnen blijven steken. Hoewel dit niet altijd even toegankelijk hoef te zijn voor iedereen, is het duidelijk dat Majora’s Mask qua diepgang boven Ocarina of Time uittorent, alleen resteert nu een laatst vraag: prefereer je games waarin je jezelf tijdens het spelen vermaakt, of games waar je na het uitspelen nog over na kunt denken?