De eerste dubbelschermige Zelda liet even op zich wachten, maar in het najaar van 2007 verscheen het geanticipeerde The Legend of Zelda: Phantom Hourglass dan eindelijk in Europese winkelrekken. Dit directe vervolg op het eerste GameCube-deel van de reeks, The Wind Waker, speelt zich wederom af op de azuurblauwe zee boven Hyrule. Nadat piraat Tetra het legendarische Ghost Ship probeert te betreden, schreeuwt zij om hulp. Redder in nood Link glijdt echter uit en belandt in het water. Het volgende moment wordt hij gewekt door het elfje Ciela, die hem verteld dat hij aangespoeld is. Hier ontdekt Link de tempel van de Ocean King, die men enkel kan betreden zolang het zand in de Phantom Hourglass blijft lopen. Al snel ontmoet Link de schattenjager Linebeck, waarna zij samen op zijn schip, de ‘S.S. Linebeck’ , de wereld gaan verkennen. De game maakt volop gebruik van de unieke mogelijkheden van de Nintendo DS, inclusief een ‘capture the flag’ multiplayer-modus, dus verwacht, naast het besturen van Link met het touch screen, opdrachten tot blazen en schreeuwen in de interne microfoon. Niet alleen qua verhaal maar ook op het gebied van graphics volgt Phantom Hourglass zijn voorganger op: de cel shaded-graphics komen goed uit de digitale verf, al zorgen de technische beperkingen van de handheld ervoor dat het tijdloze karakter ervan verloren gaat. Ook muzikaal gezien is het enigszins slappe hap dankzij simplistische en non-memorabele composities. Daarnaast leent de moeilijkheidsgraad enkel uitdaging aan de casual gamer, met kerkers die haast zonder na te denken makkelijk doorspeelbaar zijn. Het absolute dieptepunt is de hoofdtempel, welke de speler niet één maar tenminste vijf à zes keer door moet spelen. Conclusie: Met een kritische blik is The Legend of Zelda: Phantom Hourglass in één woord te omschrijven: overhyped. Dit onterecht door media opgehemelde avontuur is een van Link’s eenvoudigste en meest langdradige queesten ooit; een prima game, maar een matige Zelda. ~ 6/10